Weermodellen
Een weermodel is een computerberekening die de toestand van de atmosfeer beschrijft. De atmosfeer is daarvoor verdeeld in een groot aantal horizontale punten en verticale lagen. Het model voedt zich met recente gegevens over onder andere wind, luchtdruk, vochtigheid en temperatuur, en berekent op basis van natuurkundige wetten hoe het weer waarschijnlijk verandert. Die berekeningen worden meerdere keren per dag bijgestuurd.
Het KNMI heeft een eigen model, HARMONIE, dat sinds 2012 beschikbaar is en speciaal is ontwikkeld voor de korte termijn. Voor de middellange en lange termijn gebruikt het KNMI de modellen van het Europees Weercentrum ECMWF in Reading, waarin 34 Europese landen samenwerken. In een doorlopende vergelijking van de globale modellen is het ECMWF gemiddeld de beste. Dagweer gebruikt HARMONIE voor de verwachting per plaats.
Hoe ver kun je vooruit kijken?
Het is de moeite waard om te zien hoeveel er verbeterd is. Volgens het KNMI is de vijfdaagse weersverwachting tegenwoordig net zo betrouwbaar als de verwachting tot twee dagen vooruit in de jaren zeventig. Dat schreef het KNMI in 2015, toen het ECMWF 40 jaar bestond.
Het ECMWF maakt al sinds 1979 verwachtingen tot tien dagen vooruit en sinds 2006 ook operationele verwachtingen tot 15 dagen. Daarnaast maakt het maand- en seizoensverwachtingen tot zeven maanden vooruit, die volgens het KNMI steeds betrouwbaarder worden. Het KNMI zelf geeft een verwachting van vandaag tot en met dag 6.
De onzekerheid in beeld: ensembles
Eén berekening geeft een enkel scenario. Daarom rekent het ECMWF met een ensemble: dezelfde berekening wordt vele malen opnieuw gedaan, telkens met kleine verstoringen in de beginsituatie. De waaier van uitkomsten heet een pluim. Die laat zien hoe zeker een verwachting is en wat de kans is op bepaalde, ook extreme, weersontwikkelingen.
Mogelijk gevaarlijk weer
Sinds april 2024 geeft het KNMI mogelijk gevaarlijk weer aan, tot maximaal 7 dagen voordat het kan gebeuren. Het KNMI adviseert dan de verwachting extra in de gaten te houden. Mogelijk gevaarlijk weer kan uiteindelijk overgaan in een code geel, oranje of rood, maar het hoeft niet.
Zo lees je de cijfers
Het KNMI verwacht per dag zeven weerelementen. Twee ervan worden vaak verkeerd gelezen:
- Neerslagkans is de kans, in procenten, dat je op een willekeurige vaste plek in Nederland op die dag neerslag krijgt, van minstens 0,3 millimeter. Het zegt niets over de duur: het kan 10 minuten regenen of 24 uur. Bij 10 procent is de dag meestal droog, bij 30 procent is neerslag mogelijk en bij 90 procent is er een zeer grote kans.
- Neerslaghoeveelheid is de hoeveelheid die gemiddeld over Nederland valt, en staat los van de kans. Een millimeter komt overeen met een liter water per vierkante meter. Lokaal kan er aanzienlijk meer vallen.
De minimumtemperatuur meet het KNMI op 1,5 meter hoogte. Vlak bij de grond kan het volgens het KNMI enkele graden kouder zijn, vooral bij helder en windstil weer.
Voor de komende uren kijk je op de buienradar. Hoe die werkt lees je in ons artikel over de regenradar.