Over Dagweer
Hoe de scores werken
Elke plaatspagina geeft zeven cijfers voor wat je die dag zou kunnen doen. Hieronder staat waar ze op gebaseerd zijn, en waar niet.
Metingen van het KNMI en van Copernicus. Dagweer is geen onderdeel van het KNMI.
Wat er in de cijfers zit
Elke score loopt van 0 tot 100, en hoger is altijd beter voor jou. Dat geldt ook voor hooikoorts: een hoge score betekent daar een aangename dag om hooikoorts te hebben, niet veel pollen.
Het is geen gemiddelde. Eén slechte omstandigheid weegt zwaarder dan een rij goede, want een zwoele middag met onweer erboven is geen zeven uit tien. De regel onder het cijfer noemt daarom wat de score omlaag haalt.
Wat er per score in weegt
- Terrasweer.
- Gevoelstemperatuur, neerslag, wind en hoeveel zon er staat.
- Wasweer.
- Hoe droog de lucht is: temperatuur en luchtvochtigheid samen, want dat is wat een handdoek droogt. Plus de wind die de damp wegvoert, en of het droog blijft.
- Tuinieren.
- Neerslag, temperatuur inclusief vorst, en wind.
- Hardlopen.
- Warmte en luchtvochtigheid in combinatie: zweet verdampt niet in verzadigde lucht, dus 22 graden in vochtige lucht weegt zwaarder dan in droge. Plus wind en neerslag.
- Motorrijden.
- Nat wegdek weegt hier het zwaarst, daarna windstoten (niet de gemiddelde wind: het is een stoot die je van je lijn duwt). Verder temperatuur en zicht.
- Zonnepanelen.
- De gemeten zonnestraling als aandeel van wat een heldere hemel hier op dit moment zou geven. Na zonsondergang geen score.
- Hooikoorts.
- De verwachte pollenconcentratie, per soort, tegen de hoeveelheid waarbij die soort klachten geeft. Die concentratie komt uit het Europese model van Copernicus (CAMS): een verwachting, geen meting aan de lucht boven jouw plaats. Is er geen verwachting beschikbaar, dan leest de score het weer dat pollen verspreidt en zegt dat op de kaart.