Wat meet een radar?
Een neerslagradar toont een momentopname van het weer in Nederland en de omgeving. Hij meet niet direct de neerslag die valt, maar de sterkte van het teruggekaatste radarsignaal. Dat wordt omgezet naar neerslagintensiteit, die in kleuren wordt weergegeven.
Het KNMI heeft twee neerslagradars: op een toren in Herwijnen en op het gebouw van de Koninklijke Marine in Den Helder. Daarnaast gebruikt het KNMI gegevens van drie Belgische en drie Duitse radars. De beelden op knmi.nl en in de KNMI-app zijn ook op die buitenlandse radars gebaseerd.
Hoe werkt het?
De draaiende schotelantennes sturen voortdurend pulsen uit. Die worden teruggekaatst door druppels, sneeuwvlokken, hagelstenen en andere objecten. Het teruggekaatste signaal geeft informatie over de neerslag en hoe die over het land is verdeeld.
Wanneer komt de bui?
De radarbeelden helpen om voor de eerstkomende uren in te schatten welk deel van het land neerslag krijgt en wanneer die begint of ophoudt. Dat doe je door het neerslaggebied op de kaart in de tijd op te schuiven, extrapoleren genoemd.
Volgens het KNMI werkt dat het best bij goed georganiseerde fronten en neerslaggebieden. Bij buien die zich ontwikkelen is het onzekerder, want de intensiteit kan veranderen: buien kunnen verdwijnen, juist actiever worden of nieuwe buien kunnen ontstaan langs actieve buienlijnen. Zulke plotselinge ontwikkelingen leiden vaak tot gevaarlijke weersituaties. Kijk daarom naast de radar ook naar de actuele verwachting en de waarschuwingen.
Motregen en mist zie je niet
De radar scant de wolken af, maar meet al gauw op grotere hoogte. Fijne neerslag zoals motregen of motsneeuw valt uit wolken met een lage wolkenbasis, soms van 500 meter hoogte, en is daardoor niet altijd zichtbaar. Ook mist, dat bestaat uit zeer fijne druppeltjes in een wolkenlaag op de grond, ziet de radar niet. Die worden wel gemeld in de weerrapporten van de automatische weerstations.
Het bereik
De radars brengen neerslag in kaart in een straal van 320 kilometer. Binnen ongeveer 120 kilometer ziet de radar de neerslag tot zo'n 1500 meter hoogte. Door de kromming van de aarde zijn echo's op grotere afstand reflecties van neerslag op 6000 tot 8000 meter hoogte. Aan de rand van de kaart geeft de radar daardoor een enigszins vertekend beeld.
Regen die je niet voelt
Soms zit er tussen 2 en 6 kilometer hoogte heel droge lucht. De radar toont dan neerslag, maar die verdampt tijdens de val, zodat je op de grond geen of nauwelijks een druppel voelt.
Niet elke echo is een bui
Er bestaan ook niet-meteorologische echo's, clutter genoemd. Ze komen van gebouwen bij de radar, zwermen vogels of insecten. De meeste worden weggefilterd met een dopplerfilter, waarbij stilstaande objecten worden verwijderd. Bij een temperatuurinversie, vooral in het voor- en najaar, kan de radarstraal de grond raken. Dat geeft ruis op het beeld, anaprop genoemd.
Dagweer laat op elke plaatspagina de neerslag voor de komende twee uur zien, op basis van de KNMI-radar.