Het stormseizoen is geen herfstseizoen
De meteorologische herfst begint op 1 september, en september is ook de eerste maand van het stormseizoen. Dat het seizoen "herfst" wordt genoemd, suggereert ten onrechte dat de meeste stormen in de herfst voorkomen. Volgens het KNMI komen stormdepressies het hele jaar voor, maar vooral in het winterhalfjaar. De eerste storm meldt zich vaak wel in de herfst aan.
De straalstroom
De verklaring is de straalstroom: een langgerekte strook met veel wind op zo'n 9 kilometer hoogte in de atmosfeer. Ligt een krachtige straalstroom gunstig ten opzichte van een ontwikkelend lagedrukgebied, dan kan een gewone depressie uitgroeien tot een stormdepressie met windkracht 9 of meer.
Een krachtige straalstroom ontstaat als er een groot temperatuurverschil is tussen de lucht in de tropen en het poolgebied. In de zomer zijn die verschillen relatief klein. In de winter koelen de poolgebieden sterker af en wordt het verschil groter. Daardoor is er een grotere kans op een krachtige straalstroom en dus op een stormdepressie.
Restanten van orkanen
Het KNMI ziet steeds meer aanwijzingen dat restanten van tropische cyclonen geleidelijk steeds noordelijker komen, ook tot in onze omgeving. Komt zo'n restant onder een gunstig liggende straalstroom, dan kan het uitgroeien tot een hevige stormdepressie met naast veel wind ook veel regen. Een voorbeeld dat het KNMI noemt is ex-orkaan Ophelia in oktober 2016.
Krijgen we door klimaatverandering meer stormen?
Dat is volgens het KNMI nog lastig te zeggen. Als door de opwarming de temperatuurverschillen tussen noord en zuid afnemen, kan de straalstroom verzwakken en de kans op stormdepressies afnemen. Een duidelijke trend is in de waarnemingen echter nog niet gezien, en klimaatmodellen geven ook nog geen duidelijkheid. Het KNMI schreef dit in een klimaatbericht uit 2019.
Wanneer krijgt een storm een naam?
Bij code oranje of rood voor windstoten. Meer daarover lees je in ons artikel over de stormnamen van dit seizoen.