Wanneer heet het mist?
Volgens het KNMI spreken we van mist als voorwerpen of lampen op 1000 meter afstand niet meer zichtbaar zijn. De vele kleine waterdruppeltjes in de lucht verstrooien het licht in alle richtingen, waardoor de lichtstralen van wat je wilt zien je ogen niet bereiken.
Zo ontstaat stralingsmist
De meest voorkomende mist is stralingsmist. Die ontstaat doordat het landoppervlak 's nachts afkoelt: de grond zendt meer straling uit dan hij van de atmosfeer ontvangt, en dat verschil is het grootst onder een heldere hemel. De lucht erboven koelt mee af, de luchtvochtigheid stijgt tot 100 procent of meer en de waterdamp condenseert op piepkleine stofdeeltjes tot druppeltjes.
Het KNMI noemt de ingrediënten: vochtige lucht, weinig wind, een onbewolkte hemel en veel stofdeeltjes.
Verrassend genoeg is er ook een beetje wind nodig. Bij een volkomen windstille nacht slaat het vocht neer als dauw of rijp en blijft het bij lage mistbanken of slootmist. Met iets meer wind zorgt de turbulentie dat vocht van hogerop naar beneden komt. Dan kan dikke stralingsmist ontstaan die in de herfst en winter het hele land meerdere dagen kan bedekken.
Waarom juist in het najaar en de winter?
Er spelen twee dingen. De nachten zijn langer, dus de atmosfeer kan langer afkoelen. En de mistlaag wordt dikker: in de zomer heeft mist soms nauwelijks de hoogte van een boom, in het koude halfjaar bereikt hij vaak een dikte van 150 tot 200 meter. Zo'n dikke laag is niet zomaar weg.
Ook de zon speelt mee. In het winterhalfjaar staat de zon lager en is haar kracht flink afgenomen, terwijl zonnewarmte juist het belangrijkste is dat mist kan laten oplossen.
Hoe verdwijnt mist?
Het belangrijkste is opwarming van het oppervlak door zonnestraling. Verder kan de mist verdwijnen als het hard genoeg gaat waaien of als er meer bewolking komt. Bij rustig hogedrukweer gebeurt dat allemaal niet, en blijft het "in de mist een kleine wereld". Rond zonsondergang wordt de mist meestal weer dichter en overdag dunner.
Mist is lokaal en lastig te voorspellen
Zelfs als heel Nederland in de mist zit, kan het zicht op de ene plek veel beter zijn dan op de andere. Zo is het zicht bij snelwegen vaak wat beter, omdat auto's warmte en wervelingen produceren die de mist een beetje doen oplossen.
Het moment waarop mist ontstaat en oplost hangt van zoveel lokale factoren af dat het KNMI mist erg moeilijk vindt om te verwachten. Het weermodel HARMONIE kan mistsituaties beter modelleren.
Zeemist en zeevlam
Mist kan ook ontstaan als warme, vochtige lucht over een koud oppervlak trekt. Boven zee heet dat zeemist. Trekt die bij mooi weer richting het land, dan lost hij overdag boven het warme land vaak snel op. Aan de rand van dat gebied is het spectaculaire verschijnsel zeevlam te zien. Zo'n mistbank kan volgens het KNMI een stranddag flink verpesten.