Hoe vaak was er een tocht?
Sinds 1909 zijn er vijftien Elfstedentochten verreden, minder dan eens in de zeven jaar. In de vijftig jaar vóór het KNMI-artikel van 2019 waren het er maar drie.
Wanneer is het koud genoeg?
Gezien het grote aantal deelnemers wordt de tocht pas georganiseerd als het ijs op het hele traject minstens 15 centimeter dik is. Korte stukken met dunner ijs kunnen lopend, klunend, worden omzeild.
Het KNMI gebruikt een handige indicator: de laagste 15-daagse gemiddelde temperatuur van de winter in De Bilt. Is die onder de -4,2 °C geweest, dan was het ijs meestal dik genoeg. Dat werkt even goed als een ijsgroeimodel voor een enkele locatie om aan te geven in welke jaren er een tocht is gereden, of had kunnen worden gereden.
Waarom koud genoeg niet altijd genoeg is
Soms was het ijs wel dik genoeg, maar kwam er geen tocht. In Nederland zijn lange aaneengesloten vorstperioden zeldzaam, waardoor het ijs vaak pas tegen het einde van de vorst de 15 centimeter haalt. Vroeger waren ook nog drie dagen nodig om de tocht te organiseren. In 1984 kon de beslissing "it giet oan" daardoor niet meer worden genomen, terwijl het ijs achteraf dik genoeg bleek. Door betere weersverwachtingen en een organisatietijd van twee dagen is die kans tegenwoordig veel kleiner.
Maar 2012 laat zien dat het nog kan misgaan. Het was koud genoeg, maar er viel op heel dun ijs sneeuw op een ongelukkig moment. Sneeuw isoleert en houdt de verdere ijsgroei tegen.
De kans nu
Volgens het KNMI was de kans dat het koud genoeg was voor een Elfstedentocht honderd jaar geleden 20 procent per jaar. Nu is dat ongeveer 8 procent, met een onzekerheidsmarge van 5 tot 19 procent. Een kans van 8 procent per jaar betekent niet dat het eens in de 12 jaar gebeurt, maar dat het elke winter ongeveer een op de twaalf is. De trend naar een lagere kans dan vroeger is statistisch significant.
De koude uitschieters zijn groot omdat koude lucht uit Siberië of het poolgebied veel meer van het gemiddelde afwijkt dan zachte lucht van de Atlantische Oceaan. Het verschil tussen strenge en zachte winters is gemiddeld ruim vijf graden, veel groter dan de opwarming van anderhalf tot twee graden tot nu toe.
De toekomst
Hoeveel de kans verder afneemt, hangt af van de opwarming. Beperken we die tot 2 graden boven pre-industrieel, dan blijft de kans ongeveer 5 procent per jaar. Warmt de aarde verder op, dan daalt de kans rond 2050 naar ongeveer 1 procent per jaar.
Zonnevlekken?
Er zijn meer tochten gereden bij lage zonnevlekkengetallen, maar de temperatuur van de koudste 15 dagen laat geen verband met zonnevlekken zien. Meer daarover lees je in ons artikel over de winterverwachting.
Wat het weer de komende dagen doet, zie je op de pagina van jouw plaats.